Je installatie gereed maken voor gebruik

Ik heb de stappen om je bier- of wijninstallatie weer gereed te maken voor gebruik op een rijtje gezet:

  • Ik adviseer om de leidingen eerst te laten reinigen, zo weet je zeker dat je straks een kwalitatief goed biertje kunt tappen.
  • Zorg ervoor dat je alle producten op voorraad hebt. Niet alleen bierfusten, maar check ook of er nog genoeg koolzuur aanwezig is.
  • Controleer van al je producten te houdbaarheidsdatum.
  • Als je de bierkoeler hebt uitgezet, zet deze dan weer aan. Laat deze op temperatuur komen en controleer het waterniveau in de waterbak. De verdamperspiralen van de koelwaterbak moeten onder water staan. Wanneer het waterniveau te laag is, vul deze dan bij met schoon (koud)water.
  • Controleer de setpoint van de thermostaat of stel de gewenste temperatuur in als je deze hebt gewijzigd.
  • Sluit de fustkoppeling aan op de spoelaansluiting en spoel de bierleidingen goed door met water. Herhaal dit voor alle aansluitingen.
  • Zet de koolzuurfles en alle afsluitkraantjes open. Staat het reduceer nog op de juiste evenwichtsdruk ingesteld? (raadpleeg hiervoor je leverancier).
  • Maak de fustaansluiting schoon en sluit de betreffende fusten aan.
  • Zet de betreffende tapkraan open en tap het water uit de leiding.
  • Sluit steeds 1 product tegelijk aan en controleer op lekkages en juiste werking.

Heb je nog vragen? Ik help je graag! Neem contact op via: 06-37418368

Dood bier.

Dood bier ontstaat meestal doordat er onvoldoende koolzuur in het bier aanwezig is. Ook kan het zijn dat de bierkoppelingen niet goed zijn aangedraaid. Als de ringen in de koppelingen of tapkop ontbreken, versleten of verhard zijn, dan is de kans op dood bier groot. Controleer ook altijd de druk en kijk of de bierkraan niet lekt. Belangrijk is dat de temperatuur goed is ingesteld. Een te lage temperatuur zorgt ervoor dat het bier de indruk geeft dood te zijn. Het wordt dan op een te lage temperatuur getapt. Het bier heeft dan geen koolzuur verloren, maar dit blijft door de kou gebonden.

Wild bier.

Wild bier is bier met te veel schuim en komt regelmatig voor. Heb je hier last van? Controleer dan het volgende:
– Heeft de bierleiding een knik of scherpe bocht? Het bier stoot hiertegen waardoor koolzuur losslaat en schuim veroorzaakt.
– Het water in de snelkoeler is niet voldoende gekoeld, de temperatuur van dit water moet 4 Celsius zijn.
– De koolzuurdruk is ten opzichte van de temperatuur van het fust bier te laag ingesteld. Daardoor ontsnapt koolzuur uit het bier en vormt grof schuim in het bier.
– Het bierringetje in de tapkop lekt, waardoor koolzuur via de kortste weg met het bier rechtstreeks naar de bierleiding loopt.

Koude troebeling.

In bier waarvan de temperatuur te laag is, 2 Celsius en lager, kan koude troebeling optreden. Deze troebeling
verdwijnt meestal weer als de temperatuur van het bier stijgt. Koude troebeling treedt op wanneer het fustbier bij te lage temperaturen wordt
bewaard, bijvoorbeeld bij opslag in een ruimte die niet vorstvrij is. Koude troebeling kan ook optreden als de snelkoeler te laag staat afgesteld.

Vragen? Ik help je graag!